Eddy Bueno
Meer dan 55 jaar rijd ik Citroën. Spijt had ik alleen, als ik de vorige inruilde. Na
twee heerlijk geveerde Dyane’s, was de volgende altijd voorzien van het onvolprezen hydraulische systeem. En anders dan wel eens wordt gezegd, ik heb – tot nu toe – nooit enig probleem aan/met dat onovertroffen systeem gehad. Mijn grote wens was, ooit nog eens een klassieke Citroën te bezitten. En
eenmaal – ik had toen een zilvergrijze XM 2.0i Ambiance – kon ik een DS 19 Pallas kopen, die geheel was gerestaureerd en weinig had gelopen. Maar de vraagprijs was hoog en de geschiedenis van de auto van “horen zeggen”. Omdat ik die auto ook weer dagelijks zou gaan gebruiken, durfde ik voor die prijs het risico niet aan. Ik vond en vind de XM nog steeds een fantastische en fraai vorm gegeven voîture. En dus koos ik ervoor de Ambiance in oktober 2000 in te ruilen voor een Xm V6 3.0 Exclusive in de kleur gris fulminator, te leveren door mijn Vakgarage Houtkooper. Een occasion met slechts ruim 12.000 km op de teller, sedert 13 maart 2000 in gebruik bij wijlen mr. J. Glasz, toen een van de commissarissen van het voormalige Citroën Nederland.
En toen werd – eindelijk – de C6 gepresenteerd. Weer raakte ik geïnfecteerd
door het Citroën virus. Eén ding was al snel duidelijk: de inruilwaarde van de Xm
was niet erg hoog en dus besloot ik dat mijn Xm mijn klassieker zou worden. Ik wist immers precies wat ik aan die auto had. Mijn Xm was en is eigenlijk een betrouwbare limousine. Want afgezien van een radiator, een stekkertje en een contactslot zijn er tot nu toe geen echt grote bijzonderheden geweest. De duurste reparatie was de revisie van de versnellingsbak. Bij een kilometerstand van ongeveer 240.000. Maar ja, die bak is dan ook van Duitse makelij…… Tot op de dag van vandaag is het starten en lopen en heerlijk rustig zweven.
Vaak is mij gevraagd aan welke voîture ik nu de voorkeur geef. Het antwoord is simpel. Het zijn auto’s met een heel verschillende karakter. Motorisch en qua veergedrag. Mijn 2.7HDi trekt natuurlijk veel beter bij lagere toerentallen. Maar mijn Xm weet desgewenst ook van wanten. De C6 is veel soepeler geveerd dan de Xm. Drempels worden door de Xm platgestreken. Met de C6 passeer ik deze met een veel lagere snelheid.
Misschien wel tekenend voor het verschillende veerkarakter is het volgende.
Toen ik mijn Xm pas had, raakte ik tijdens opruimwerkzaamheden in de flat van
mijn moeder de keldersleutel kwijt. Ik vond hem terug op de trekhaak van mijn
Xm. Het gedeelte dat in het slot gestoken moet worden lag op de contactdoos en het andere einde op de plaat gemonteerd om de trekstang. Bijzonder Citroën? Tussen het moment van kwijtraken en dat van terugvinden zaten wel een paar honderd kilometer……….Van Den Haag naar Heiloo en vervolgens nogmaals van Heiloo naar Den Haag en terug. En van Heiloo naar Limmen. Daar bij een Citroënagent vond ik de sleutel terug. Op de trekhaak. Niet te geloven? Ik durf het best nog eens te demonstreren!
Eddy Bueno, december 2024